Emmanuelle Hauguel

“Vrouwenlichamen als golven van lauw water, niet te warm, niet te koud. Ze brengen een zweem van weldadigheid gespeend van al te hevige gevoelens. Ik beeld me in dat ze aan ijsjes denken en over hoe warm het morgen wel niet zal zijn, want dat is de dag dat we gaan picknicken. Ze zijn niet vuil in hun hoofd, het ontbreekt hun simpelweg aan kwaadaardigheid of perversie. Een tikkeltje saai, dat wel, maar comfortabel, daar niet van. Je bent op je gemak bij hen. Je hoeft in hun nabijheid niet bezorgd te zijn, ze voeren niks in hun schild.”